Studeren Studeren

Nadège (18)

La Paz
Bolivia
BO
11 maanden

“Ik wil naar Amerika!”, Nadège was vastberaden over waar ze naar toe wou. Tot ze op weekend trok met uitwisselingsorganisatie AFS en verhalen hoorde van leeftijdsgenoten die een tijd in Latijns-Amerika woonden. “Dat zou echt iets voor jou zijn!”, zei iemand haar. Met weinig info over het land van bestemming maar veel goesting in een nieuw avontuur stapte Nadège (18) in juli 2014 het vliegtuig op. Bestemming: La Paz, Bolivia.

Ik had net het zesde middelbaar achter de rug en was het beu om naar school te gaan. Ik wist ook niet wat ik verder wilde studeren. Daarom leek het mij een goed idee om er een jaar op uit te trekken. Zo kwam ik bij AFS terecht. AFS biedt onder andere de mogelijkheid om een jaar in een ander land te leven terwijl je er je zesde middelbaar overdoet. Ik zag het volledig zitten om mijn bekende leventje hier achter te laten. En zo kwam het dat ik in de zomer van 2014 een grote stap in het onbekende zette.

Gastfamilie met politiebewaking

De aankomst bij mijn gastfamilie in Bolivia was erg hartelijk. Ik voelde mij er meteen op mijn gemak. Het enige wat vreemd was, was dat er zowel voor het huis als binnen politiebewaking was. Maar ik dacht: “Het zal wel OK zijn. Ik zal het mij maar niet aantrekken. Op z’n minst ben ik hier veilig.”.

Maar na een paar dagen werd ik toch echt nieuwsgierig. Mijn Boliviaanse broer Leo Peter met wie ik ondertussen goed bevriend was, legde mij uit dat onze opa die in het huis woonde een politiek gevangene was. Dat kwam doordat hij behoorde tot een politieke partij die tegen de Boliviaanse president, Evo Morales, was. Vroeger verbleef hij in de gevangenis maar omdat hij ziek werd, mocht hij bij zijn familie wonen. Alleen mocht hij het huis niet verlaten en moest hij dus permanent bewaakt worden. Het werd mij snel duidelijk dat ik niet bij de eerste de beste Boliviaanse familie verbleef!

Toen ik later naar mijn mama in België belde en haar dit vertelde was ze meteen ongerust: “Nadège woont bij de maffia!”, riep ze in paniek. Gelukkig heb ik een zus die met politiek bezig is. Zij legde mijn mama uit hoe de vork in de steel zat. Ze was er dus vrij snel weer gerust in dat haar dochter daar aan de andere kant van de wereld in goede handen was. (lacht)

Nadège op een kleurrijk festival

 

Mama, de omaatjes en de meid

Zoals bij wel meer Bolivianen het geval is woon je met een heleboel familieleden samen. Bij mijn gastgezin woonden naast mijn Boliviaanse mama, broer en zus ook nog de opa, oma, grootoma's en de meid in ons huis.

Mijn gastfamilie behoorde tot de betere klasse. Daarom hadden ze een meid. In het begin vond ik het vreemd om iemand te hebben die allerlei dingen voor je deed, zoals schoonmaken en eten klaarmaken. Maar na een tijd begreep ik dat de meid voor mijn gastfamilie echt deel van de familie was. Op haar verjaardag kookten zij bijvoorbeeld voor haar en mocht zij eens haar voeten onder tafel schuiven. Allemaal erg lief dus.

Maar de allerliefsten in de familie waren toch de omaatjes. Echt superschattig! Toen ik er pas was, kwam de ene oma mij altijd halen wanneer het etenstijd was. Dan slofte ze richting mijn kamer waar ik achter de computer zat en tikte op mijn schouder: “tik tik, Nadège comer comer.”, zei ze. En ze maakte er van die grote handgebaren bij om duidelijk te maken dat ik moest komen eten.

De Bolivianen zijn ook erg gelovig. De meerderheid is er katholiek. Omdat oma en zeker grootoma niet goed meer te been waren, kwam er bij ons thuis op zondag een priester de mis doen. Zelf ben ik protestants opgevoed maar ik zou me, zoals veel jongeren, niet ‘gelovig’ noemen. Uit respect voor mijn gastgezin volgde ik twee keer die mis mee. Toen ik de grootoma vertelde dat ik protestants was, zei ze : “Ik heb daar geen probleem mee. Maar aangezien je hier lang genoeg blijft, kan ik toch proberen je te overtuigen om katholiek te worden!”.

Ik hoorde ‘Belgica’ dus ik dacht het zal wel over mij gaan

Na enkele weken ging ik naar de Instituto Educativo Los Pinos. Het was een typisch Boliviaanse middelbare school: leerlingen in uniform en grote klasgroepen. Ik werd er verwelkomd door de directeur. Hij nam me mee naar mijn klas. We gingen vooraan staan en hij stelde me voor. Of dat denk ik toch want op dat moment sprak ik amper Spaans. Maar ik hoorde hem ‘Belgica’ zeggen dus ik dacht, hij zal het wel over mij hebben. Daarna vertrok de directeur en daar stond ik dan! De juf vroeg me een plaats te kiezen. Toen begonnen alle leerlingen naar mij te roepen: “Kom naast mij zitten! Nee, naast mij!”. Ik wist echt niet wat ik moest doen dus ik bleef daar maar wat vooraan staan. Tot een jongen op mij toestapte, mijn hand nam en me op de stoel naast hem neerzette. “Ga jij maar naast mij zitten.”, zei hij.

Ook op de speelplaats was iedereen geïnteresseerd in mij. Ik heb Congolese roots en heb dus een zwarte huidskleur. Zwarte mensen kom je in Bolivia echt niet tegen. Ik geloof dat ik er daardoor wel speciaal uit zag in hun ogen. Constant waren er leerlingen die naar mij glimlachten. Door die grote klasgroepen wist ik niet meteen welke leerlingen allemaal in mijn klas zaten. Dus ik dacht iedere keer: “Zit die nu in mijn klas en moet ik daar iets tegen zeggen? Of is het gewoon weer iemand die naar mij lacht?”.

De Bolivianen zelf zien er erg typisch uit. Hun huid heeft een bruin-gele kleur en heel wat mensen dragen die traditionele kledij die je wel kent van de panfluitspelers die je bij ons ziet: zwarte hoeden en gekleurde doeken. Ik vermoed wel dat het vooral de armere mensen zijn die er zo uitzien. Want mijn gastfamilie was helemaal niet zo. Zij zagen er, ja hoe zal ik het zeggen, ‘Europees’ uit.

 

Naar de universiteit

Na 5 maanden liep het schooljaar in Bolivia af. Normaal volg je op een uitwisseling met AFS enkel middelbaar onderwijs maar in Bolivia lukt dat niet omwille van de andere jaarindeling. Daarom trok ik na het middelbaar nog een paar maanden naar de universiteit.

De universiteit viel me erg tegen. Ik volgde er les samen met 2 andere Belgische meisjes die ook via AFS naar Bolivia kwamen. Gelukkig waren we met z’n drieën want de studenten waren erg asociaal. Het contrast met de middelbare school waar iedereen vrienden met mij wilde worden, was groot. Op de universiteit sprak niemand ons aan! Bovendien moesten we er alle 3 de studierichting geschiedenis volgen. Terwijl de afspraak was dat we een studierichting zouden mogen kiezen. Helaas is de Boliviaanse afdeling van AFS minder goed georganiseerd dan in ons land. We moesten zelf naar hen toestappen om alles te regelen. En zij beslisten uiteindelijk dat we alleen maar geschiedenis mochten volgen.

Het is natuurlijk vervelend als de dingen niet lopen zoals je verwachtte. Een andere AFS’er kon door de connecties die haar gastfamilie had, toerisme gaan studeren aan een veel leukere universiteit. Zij leerde veel bij en maakte veel vrienden op de universiteit. Dus zij had wel een positieve ervaring. Maar goed, ik heb er mij niet door laten ontmoedigen. Zoiets kan nu eenmaal gebeuren als je in een ander land met andere gewoontes bent.

Na een tijdje besliste ik dat ik mijn tijd beter kon gebruiken. In plaats van naar de les te gaan, maakte ik roadtrips en uitstapjes met mijn gastfamilie of vrienden. Want als je in zo’n ver land bent moet je er toch zoveel mogelijk van zien! We reisden naar het Titicacameer en de ‘salar’, de zeer bekende zoutvlaktes van Boliva.

Paar kilootjes bijgekomen

AFS bereidt je erg goed voor op je verblijf in het buitenland. Er waren 3 voorbereidingsweekends waarin je allerlei tips krijgt. Ik moet zeggen dat ik al die tips in de praktijk ook kon gebruiken. Eén ding waar ze je bijvoorbeeld voor waarschuwen is dat veel ‘AFS’ers’ door andere voedingsgewoontes in het buitenland een paar kilo’s bijkomen. Voor mij was dat ook het geval. Bolivianen eten veel vlees. En ik weet niet waarom, maar het vlees is daar zo lekker! Misschien omdat de dieren er gezonder leven of zo. Ik weet het niet. In ieder geval kwamen die kilo’s er vlotjes bij.

 

Ongelofelijk waar wij ons zorgen over maken

Na 11 maanden zat mijn avontuur erop. Veel zin om terug te komen had ik niet. De eerste maanden terug in België moest ik echt wennen. Het viel me op dat mensen zich bij ons zorgen kunnen maken om niks. Gesprekken die mijn vrienden voerden, vond ik plots niet meer boeiend. En ik had al helemaal geen zin om de routine van alledag op te pikken. In een ander land leven is toch nog iets anders dan er op vakantie gaan, besefte ik. En zo’n verblijf geeft je echt een andere kijk op de wereld. Best confronterend. Maar gelukkig heb ik goeie vrienden die mij opvingen. En na een tijd loopt het allemaal wel los.

Of ik na mijn terugkomst dan eindelijk wist wat ik wilde studeren? Nee, totaal niet. (lacht)  Ik wilde sport doen, maar ook criminologie sprak me aan, of iets met theater,… Uiteindelijk lukte het mij wel om de knoop door te hakken. Ik studeer nu toerisme in Brussel. Mijn mama zegt dat ik daarmee een volwassen beslissing heb gemaakt. Maar of dat echt zo is, durf ik te betwijfelen. In ieder geval kan ik tijdens mijn studies zeker nog een keer naar het buitenland. Dat op zich is voor mij een grote plus. Want ik kan je één ding zeggen: ik heb de microbe te pakken!

Ontdek wat AFS jou te bieden heeft op de AFS-website. Meer weten over studeren in het buitenland? Je vindt heel wat informatie bij het thema Studeren.